Schilderen met waterverf (aquarel)

 Waterverf of aquarelverf kent iedereen, maar niet iedereen kan er goed mee omgaan. De traditionele techniek is: eerst de vage kleuren met sterk verdunde verf, dan laten drogen, dan de sterkere kleuren. Er zijn verschillende technieken. Je kunt heel losjes kleurvlakken schilderen met open plekken ertussen, of je kunt alles opvullen. In de 19de eeuw werd waterverf vaak gebruikt om potloodtekeningen mee in te kleuren. Iemand maakte b.v. op reis allerlei schetsen en kleurde die dan thuis in zijn atelier in. 19de-eeuwse aquarellen lijken veel meer op olieverfschilderijen dan moderne aquarellen. Tegenwoordig is aquarelleren vooral een hobby voor dames. Dat blijkt ook uit de meest gebruikte onderwerpen, zoals bloemen. Omdat je nauwelijks fouten kunt herstellen, moet je bij het aquarelleren precies weten waar je heen wilt. Vrolijker erop los kwasten is er niet bij. Je moet ook goed oppassen dat de kleuren niet door elkaar lopen en dat de oude verf droog is voordat je daarnaast nieuwe verf aanbrengt. Bij het opdrogen ontstaan gemakkelijk lelijke donkere randen om de plasjes verf. Om dat te voorkomen kun je het papier eromheen nat maken, al kan de verf daardoor natuurlijk uitlopen.

Een ander probleem met aquarelverf is de kleurechtheid: vooral bij oude aquarellen verbleekt de verf snel, vooral als ze in zonlicht hangen. Moderne aquarelverf is gelukkig veel beter bestand tegen licht, al is het nog steeds niet aan te raden aquarellen in de zon te hangen. Je kunt verf testen door alle kleuren op een strookje papier te schilderen, de helft van elk kleurvlak af te dekken met een stuk donker papier (vastklemmen met wasknijpers) en het papier dan een tijd op de vensterbank te laten liggen. Bij mij bleken alle kleuren goed lichtecht te zijn, behalve een rode kleur, die ik vervangen heb door een napje met lichtechtere rode verf. (Je kunt napjes los kopen.) Kleurpotloden kunnen op dezelfde manier getest worden. Een voordeel van aquarelverf is dat je maar weinig verf nodig hebt. Aquarelverf kan gecombineerd worden met pentekening of kleurpotlood, eventueel ook met pastel. Papier voor aquarellen moet opgespannen worden, anders gaat het kromtrekken, tenzij het heel dik aquarelpapier is. Echt aquarelpapier is behoorlijk duur - veel te duur om zomaar wat op te oefenen. Daarvoor kun je beter gewoon tekenpapier nemen, maar dat is wel lastig op te spannen. Je kunt het vastzetten met papieren plakband met gom of met punaises. In het laatste geval moet je veel punaises gebruiken, omdat het papier anders gaat golven tussen de punaises. Het gaat beter als je op het papier stroken karton legt en daar de punaises doorheen drukt. Het karton houdt het papier plat (hopelijk!). Je kunt ook met acryl op papier schilderen. Dat is de goedkoopste manier om te oefenen.

De firma Wecare, die vooral inktpatronen maakt, heeft ook een spuitbus met een middel om computerprints houdbaar en watervast te maken. Het schijnt ook goed te zijn voor aquarellen. Als dat werkelijk goed spul is, is het misschien wel de moeite waard om aquarellen ermee te behandelen. Ik heb het nooit geprobeerd. Aquarellen worden altijd achter glas bewaard.


Schilderijen van Adri Hello!

Een traditioneel geschilderde haas door Albrecht Dürer, nat op droog. De witte haren van het dier zijn gehoogd met dekwit

Een handige manier om oud, vergeeld papier te imiteren is het nat maken met (verdunde) thee. Zeilen voor kleine scheepsmodelletjes kunnen op deze manier ook de juiste kleur krijgen. Strooi eventueel koffiekorrels op het natte papier om bruine vlekjes te maken.
Voor meer info zie E.J. de Meester